Conserveermiddel
Suiker heeft een prettige eigenschap: het neemt heel veel vocht op. Daarom wordt suiker al eeuwen gebruikt als conserveermiddel van vruchten. In vruchten zit veel water. In dat water leven bacteriën. Hoe meer water, des te makkelijker de bacteriën groeien. Gevolg: de vruchten bederven. Suiker neemt het water op waardoor de bacteriën niet meer groeien. Vruchten bederven minder snel.

Daarnaast zorgt suiker voor de gewenste structuur: room en cakebslag worden luchtig en koekjes knapperig. Lees meer over conserveren en andere eigenschappen >
 
 
Smaakversterker
Suiker is méér dan alleen zoet. Suiker wordt ook gebruikt als smaakversterker. Kaneel proef je pas goed als je er suiker bij doet. Cacao zonder suiker is bitter in plaats van lekker. En worteltjes met een beetje suiker erbij smaken nog meer naar wortel. Een schepje suiker in het water als je groente kookt, verstevigt de smaak!

Meer over suiker als smaakversterker>
 
Suiker, meer dan zoet
Suiker is een grondstof voor producten, zoals medicijnen, zeep, papier, aardewerk en zelfs auto-banden. Meer >
 
Weet waar je proeft
Test het zelf! >
 
 
Alles van de biet wordt gebruikt
Bietenpulp: deze brij van voedingsvezels wordt gedroogd en geperst tot veevoer.
Betacal (ook wel schuimaarde genoemd): een kalkmeststof die ontstaat door toevoeging van koolzuurgas en ongebluste kalk aan het ruwsap. Betacal wordt gebruikt als bodemverbeteraar in de landbouw.
Melasse: een donkerbruine stroop die overblijft na de kristallisatie. Melasse wordt gebruikt als grondstof voor alcohol.