 |
| Conserveermiddel |
Suiker heeft
een prettige eigenschap: het neemt heel veel vocht op. Daarom wordt
suiker al eeuwen gebruikt als conserveermiddel van vruchten. In
vruchten zit veel water. In dat water leven bacteriën. Hoe meer
water, des te makkelijker de bacteriën groeien. Gevolg: de vruchten
bederven. Suiker neemt het water op waardoor de bacteriën niet
meer groeien. Vruchten bederven minder snel.
Daarnaast zorgt suiker voor de gewenste structuur: room en cakebslag
worden luchtig en koekjes knapperig. Lees
meer over conserveren en andere eigenschappen > |
|
|
| |
Suiker is méér dan alleen zoet. Suiker wordt ook gebruikt als smaakversterker. Kaneel proef je pas goed als je er suiker bij doet. Cacao zonder suiker is bitter in plaats van lekker. En worteltjes met een beetje suiker erbij smaken nog meer naar wortel. Een schepje suiker in het water als je groente kookt, verstevigt de smaak!
Meer over
suiker als smaakversterker> |
|
|
|
 |
|
| Suiker
is een grondstof voor producten, zoals medicijnen,
zeep, papier, aardewerk en zelfs auto-banden. Meer > |
|
|
 |
|
 |
|